NIEUWSARCHIEF 2014

27 november 2014
Bouwbedrijf aansprakelijk voor val van ZZP’er in liftschacht

Bron: ECLI:NL:RBDHA:2014:8149

Op 1 juli 2014 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een deelgeschil van een cliënt van Munneke Lourens Advocaten bijgestaan door één van onze LSA advocaten mw. mr. M.J. Snijder. 

In het deelgeschil werd aan de rechter de vraag voorgelegd of het bouwbedrijf dat een ZZP’er  had ingehuurd voor opruimwerkzaamheden op de bouwplaats aansprakelijk is voor het ongeval dat hem is overkomen tijdens zijn werkzaamheden. 

Feiten
Benadeelde was bezig  met schoonmaak- en opruimwerkzaamheden op de vierde verdieping van het in aanbouw zijnde pand. Op een hoogte van ruim 1 meter boven het vloeroppervlak bevond zich een uitsparing in de muur waarachter een leidingschacht zat. Tijdens de werkzaamheden had benadeelde op de rand van de uitsparing in de muur een rol vuilniszakken gelegd. Deze rol is vervolgens in de schacht gevallen. Benadeelde zag de vuilniszakken op de ‘vloer’ in de schacht liggen. Nu het voorover reiken niet voldoende bleek om bij de vuilniszakken te kunnen, is benadeelde door de uitsparing geklommen en heeft hij zich op de ‘vloer’ laten zakken om de rol op te rapen. Deze ‘vloer’ bleek echter niet mandragend te zijn waardoor benadeelde er doorheen is gezakt. Benadeelde is vervolgens 12 meter naar beneden  gevallen, met zwaar letsel tot gevolg.  De ‘vloer’ bleek slechts een 20 mm dikke brandwerende plaat te zijn. Hiervoor was niet gewaarschuwd.

Overwegingen en oordeel van de rechtbank
De rechter was van oordeel dat de ZZP’er  dezelfde bescherming geniet als een werknemer in loondienst (o.g.v. art. 7:658 lid 4 BW).

Hiervoor is met name van belang dat benadeelde voor de zorg van zijn veiligheid afhankelijk is van het bedrijf dat hem inhuurt en dat de werkzaamheden plaatsvinden in de uitoefening van het bedrijf dat hem inhuurt.

Tevens oordeelde de rechtbank dat het bouwbedrijf er op bedacht had moeten zijn dat werklui in het kozijn van de uitsparing materialen kunnen plaatsen en dat die in de schacht kunnen vallen. Wanneer er een ‘vloer’ aanwezig lijkt te zijn, ligt het voor de hand dat iemand in de schacht klimt om het materiaal op te rapen, aldus de rechtbank. Het bedrijf had moeten waarschuwen dat de plaat in de schacht niet mandragend was. Dergelijke veiligheidsmaatregelen zijn niet bezwaarlijk om te nemen, mede gezien de kans op zwaar letsel bij een dergelijk ongeval.

Het bouwbedrijf is derhalve aansprakelijk voor de schade en hij dient de letselschade van de cliënt van Munneke Lourens Advocaten volledig te vergoeden.

Munneke Lourens Advocaten


20 november 2014

In gesprek met Iris Hilhorst

Bron: http://www.mr-online.nl/in-gesprek/24909-in-gesprek-met-iris-hilhorst-advocaat-partner-bij-munneke-lourens

Onze advocate mw. mr. I.E. Hilhorst heeft meegewerkt aan een interview in het juristenblad Mr. Op de vraag waarom zij zich heeft gespecialiseerd in de letselschade antwoordde zij:

 “Vooral de menselijke kant van letselschade vind ik erg aantrekkelijk, ik vind het van groot belang dat slachtoffers een professionele begeleiding krijgen bij het verhalen van hun persoonlijke schade”
U kunt het volledige interview lezen door op deze knop te klikken.

dhr. R. Vane

 

 

18 november 2014 
Verwijsbeleid Slachtofferhulp

Bron: http://www.slachtofferhulp.nl/E-mail-templates/Nieuwsbrief-InZicht—Verbreding-Verwijsbeleid/

In haar nieuwsbrief van 18 november 2014 belicht Slachtofferhulp Nederland diverse aspecten omtrent de verbreding van hun verwijsbeleid.

Naast emotionele en praktische hulp kunnen slachtoffers ook bij Slachtofferhulp Nederland terecht voor juridische ondersteuning. Bij letselschade en ernstige gewelds- en zedendelicten verwijzen de medewerkers slachtoffers door naar gespecialiseerde rechtshulpverlening. Om deze doorverwijzing eenduidig, effectief, snel en neutraal te laten verlopen, werkt Slachtofferhulp Nederland aan een verbreed verwijsbeleid. 

Slachtofferhulp probeert slachtoffer te voorzien van objectieve informatie met betrekking tot rechtshulpverlening. Slachtoffers met letselschade kunnen voor juridische bijstand terecht bij talloze expertisebureaus en advocatenkantoren. De kwaliteit van de rechtshulpverlening varieert echter sterk. Voor leden van de vereniging van letselschade advocaten (LSA) gelden de hoogste kwaliteitseisen. De advocaten van Munneke Lourens zijn LSA gespecialiseerd. 

dhr. R. Vane


7 oktober 2014

Gesubsidieerde rechtshulp voor alle nabestaanden van de vliegramp met de MH17 

Bron: http://nos.nl/artikel/705487-voor-mh17families-gratis-advocaat.html

Normaliter toetst de Raad voor Rechtsbijstand of het inkomen en het vermogen van de aanvrager onder de inkomens- en vermogensgrens blijft. Slechts dan wordt een toevoeging (een vorm van gesubsidieerde rechtsbijstand) verleend.

De Raad voor Rechtsbijstand zal deze toets niet toepassen bij nabestaanden van de vliegramp met de MH17. Dat betekent dat aan alle nabestaanden een toevoeging zal worden verleend, waardoor zij geen advocaatkosten verschuldigd zijn.

 mw. mr. Y. Slob

21 augustus 2014

Wordt  discriminatie op grond van geslacht bij het vaststellen van letselschade dan eindelijk opgeheven?

Bron: https://mensenrechten.nl/publicaties/oordelen/2014-97/detail

Op 19 augustus 2014 heeft het College voor de Rechten van de Mens een uitspraak gedaan over het onderscheid dat door verzekeraars wordt gemaakt op grond van geslacht bij de vaststelling van de hoogte van de letselschadevergoeding (2014-0083).

De uitspraak van het College vloeit voort uit een letselschadezaak waarbij een meisje als overstekende voetganger, op 10-jarige leeftijd, werd geschept door een motorrijder. Ten gevolge van dit ongeval heeft zij blijvend hersenletsel opgelopen waardoor zij gedeeltelijk verlamd is geraakt. De aansprakelijke verzekeraar heeft zich bij het berekenen van het verlies aan verdienvermogen gesteld op het hypothetische uitgangspunt dat het meisje van haar 17de tot en met haar 26ste jaar fulltime zou hebben gewerkt. Vervolgens zou zij tien jaar niet hebben gewerkt en na deze periode zou zij haar werk weer hebben opgepakt voor 50%.

De Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDH:2013:9276) heeft bij beschikking van 23 juli 2013 geoordeeld dat bij de berekening van de schade van het meisje het standpunt diende te gelden zoals hierboven genoemd.

Het College voor de Rechten van de Mens heeft thans geoordeeld dat de verzekeraar hiermee een verboden direct onderscheid maakt op grond van geslacht. Het College doet hiermee een dringend beroep op verzekeraars om voor het vaststellen van schadebedragen voor mannen en vrouwen gelijke uitgangspunten te hanteren.

mw. mr. Y. Slob

24 juli 2014

Vliegramp Malaysia Airlines MH17

Op 17 juli 2014 deed zich een verschrikkelijke vliegramp voor met vlucht MH17 van Malaysia Airlines. Alle inzittenden kwamen hierbij om het leven, waaronder ook 194 Nederlanders. De oorzaak van de ramp staat nog niet vast, maar het verdriet van de nabestaanden is onbeschrijfelijk . Daarnaast is de woede ook groot.

 

Munneke Lourens Advocaten wenst alle betrokkenen en nabestaanden heel veel sterkte toe.

 

Naast het immense verdriet zullen naar aanleiding van deze vreselijke ramp ook veel vragen zijn over de aansprakelijkheid en eventuele schadevergoeding. Er is in juridisch opzicht geen noodzaak om snel te handelen.

 

Verdrag van Montreal

Bij het internationale luchtvervoer is het Verdrag van Montreal van toepassing. Nabestaanden hebben 2 jaar de tijd om een vordering in te dienen bij Malaysia Airlines.

 

Voor passagiers die de reis via een reisorganisatie hebben geboekt , kunnen de nabestaanden ook de reisorganisatie aanspreken. Dan hebben de nabestaanden 1 jaar de tijd om een dergelijke vordering in te dienen.

 

De Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA)  heeft een nauwe samenwerking met Slachtofferhulp die bij de ramp betrokken is. Ook de ervaren advocaten van Munneke Lourens Advocaten zijn aangesloten bij de LSA en staan u graag te woord indien u vragen heeft (belt u ons gerust).  

  

Munneke Lourens Advocaten

17 juli 2014

Affectieschade en verzorgingskosten

Door het wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven zijn we weer een stapje dichter bij de verruiming van vergoeding van schade als gevolg van letsel en overlijden! 

Met dit wetsvoorstel wil Teeven de vergoeding van schade als gevolg van letsel en overlijden verruimen. Daarnaast stelt Teeven voor om een vergoeding voor affectieschade in te voeren voor nabestaanden van slachtoffers die zijn overleden, dan wel voor naasten van slachtoffers die zeer ernstig blijvend letsel hebben opgelopen. 

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2014/05/28/ruimere-schadevergoeding-voor-slachtoffers-en-hun-naaste-omgeving.html 

Uitbreiding wetsartikel 6:96 BW
Op grond van artikel 6:96 BW wordt schade vergoed die bestaat uit vermogensschade en ander nadeel, dit laatste voor zover de wet hiervoor een vergoeding erkent. In artikel 6:96 BW wordt uitgewerkt wat onder vermogensschade valt. Vooralsnog valt het volgende hieronder:

  • redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade;
  • redelijke kosten ter vaststelling van de schade;
  • redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (bijvoorbeeld de kosten van een advocaat).

Staatssecretaris Teeven wil hieraan het volgende toevoegen:

  • redelijke kosten die een gekwetste in verband met zijn letsel maakt voor een redelijke verzorging, verpleging, begeleiding en huishoudelijke hulp. 

Waar naasten in het huidige recht, of ze nu vrije tijd, vakantiedagen of inkomen inleveren voor de  verzorging, onder de noemer van verplaatste schade niet meer krijgen dan de bespaarde kosten van  een professional, komt nu ook een eventueel hoger inkomensverlies voor vergoeding in aanmerking.  

Daarnaast stelt Teeven voor om een vergoeding van affectieschade in te voeren voor naasten en nabestaanden van slachtoffers; zowel bij ernstig en blijvend letsel als bij overlijden is de aansprakelijke persoon smartengeld verschuldigd aan een nauwe kring van gerechtigden.  Teeven heeft in zijn wetsvoorstel een regeling opgenomen met vaste bedragen die variëren van 12.500 tot 20.000 euro. De kring van gerechtigden bestaat uit de echtgeno(o)t(e) van het slachtoffer, geregistreerde partner,  levensgezel, kinderen en ouders. Dit zal uiteraard niet het leed wegnemen, maar geeft wel enige erkenning en genoegdoening voor naasten en nabestaanden.

Zodra er meer bekend is over het wetsvoorstel, zal er meer informatie volgen op onze site.

mr. Y. Slob

3 juni 2014

Het arbeidsrecht op de schop: voorbeelden van voorlopige wijzigingen in het arbeidsrecht…

Deel 1: arbeidsrecht algemeen 

Proeftijd (geldig op arbeidsovereenkomsten die op of na 1 juli 2014 worden aangegaan)

De proeftijd bij een tijdelijk contract van ten hoogste een halfjaar wordt verboden. Hierdoor zullen echter veel contracten ontstaan van bijvoorbeeld 1 juli t/m 1 januari. Hierdoor ontstaat een contract langer dan zes maanden, namelijk zes maanden en één dag. 

Ketenregeling (geldt wanneer er op of na 1 juli 2014 een (opvolgende) arbeidsovereenkomst wordt gesloten, uiterlijk zes maanden na de voorafgaande overeenkomst

De maximumtermijn wordt terug gebracht van drie naar twee jaar. De tussenpoos, waardoor er geen contract voor onbepaalde tijd wordt aangegaan, wordt verlengd van drie naar zes maanden. Bij CAO mag hiervan afgeweken worden, maar hieraan worden voorwaarden verbonden. 

Aanzegtermijn (onmiddellijke werking vanaf 1 juli 2014, met uitzondering van overeenkomsten die binnen een maand na de inwerkingtreding eindigen)

Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd eindigen in beginsel van rechtswege. Met het huidige recht kan dit slechts anders zijn wanneer schriftelijk is overeengekomen dat voorafgaande opzegging nodig is. Met het wetsvoorstel komt hierin echter verandering. Bij afloop van contracten van zes maanden of langer is de wettelijke aanzegtermijn van één maand van toepassing. Dit betekent dat de werkgever uiterlijk een maand voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst, aan de werknemer dient mee te delen of de arbeidsovereenkomst wel of niet wordt voorgezet en wanneer deze wordt voorgezet, op basis van welke voorwaarden. Indien de werkgever dit verzuimd, is de werkgever een vergoeding verschuldigd aan de werknemer.

WW-uitkering

De WW-uitkering wordt ingekort van 38 maanden naar nog maximaal 24 maanden. Er komt een overgangsregeling, maar vanaf april 2019 ontvangt niemand meer een uitkering van langer dan 24 maanden. Daarnaast wordt de opbouw van de WW gewijzigd. Voor de eerste tien gewerkte jaren geldt een opbouw van een maand per jaar. Na die tien jaar wordt er per jaar nog een halve maand opgebouwd.

Een andere wijziging betreft het aannemen van passende arbeid. Na 6 maanden WW dient de uitkeringsgerechtigde alle mogelijke passende arbeid aan te nemen. Dit betekent bijvoorbeeld dat een universitair geschoolde een baan op het niveau van lager onderwijs dient aan te nemen als zijnde passende arbeid. 

Uitzendarbeid (gaat op 1 juli 2014 in, maar het huidig recht blijft van toepassing op arbeidsovereenkomsten aangegaan voor 1 juli 2014)

Het zogenaamde uitzendbeding houdt in dat op basis van het huidige recht het mogelijk is om schriftelijk af te spreken dat de terbeschikkingstelling eindigt op het verzoek van de inlener. Dit beding geldt voor de eerste 26 weken waarin de uitzendkracht werkzaamheden verricht. Bij CAO kan vooralsnog afgeweken worden zonder een maximale termijn. Met het nieuwe recht wordt deze termijn beperkt tot maximaal 78 gewerkte weken.

mr. Y. Slob

 

22 mei 2014

Let op bij het ondertekenen van een aanrijdingsformulier!

Vraag altijd om een duidelijk leesbaar (doordruk)exemplaar van het gezamenlijk ondertekende aanrijdingsformulier

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 27 augustus 2013 ECLI:NL:GHARL:2013:6625

In het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 27 augustus 2013 heeft de rechter vastgesteld dat het aanrijdingsformulier als een onderhandse akte wordt gezien waaraan op grond van artikel 157 lid 2 Rv dwingende bewijsdracht toekomt. Mocht een latere toevoeging (vervalsing) op het originele aanrijdingsformulier zijn aangebracht, dan dient degene die zich beroept op de vervalstheid daarvan, dat te bewijzen. 

Het is dan ook belangrijk dat, indien de wederpartij en u beide het aanrijdingsformulier hebben ondertekend, u een duidelijk exemplaar van het doordruk formulier heeft. Daarmee heeft u het bewijs in handen omtrent datgene wat partijen over en weer verklaard hebben. Indien de wederpartij dan later iets aan het formulier toevoegt, kunt u aantonen dat u daar niet voor getekend heeft.

mr. Y. Slob

10 april 2014

Werkgever aansprakelijk voor het niet ter beschikking stellen van betere beschermingsmiddelen die het gevaar voor letsel verkleinen

Bron: Rechtbank Zeeland-West Brabant 2 april 2014: ECLI:RBZWB:2014:2163

In een recente uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West Brabant heeft de rechter geoordeeld dat de werkgever op grond van artikel 7:658 BW in beginsel aansprakelijk is voor het opgelopen letsel wanneer er ten tijde van het ongeval betere beschermingsmiddelen aanwezig waren. Een werknemer heeft letsel opgelopen bij sloopwerkzaamheden en ten gevolge hiervan is een snijwond ontstaan. Hier is echter een infectie bijgekomen waardoor uiteindelijk dystrofie door het hele lichaam is gekropen en werknemer ernstig geïnvalideerd is. Ten tijde van het ongeval waren er betere handschoenen op de markt die geen volledige bescherming bieden, maar wel de kans op snijwonden verkleinen. Nu deze handschoenen het aanzienlijk (voorzienbaar) gevaar voor letsel verkleinen en eenvoudig te verkrijgen zijn, tegen relatief lage kosten, brengt de zorgplicht op grond van artikel 7:658 BW met zich dat de werkgever deze betere beschermingsmiddelen in beginsel aan de werknemer ter beschikking had dienen te stellen (ook al volgt dit niet rechtstreeks uit de Arbowet). Daarnaast is de werkgever aansprakelijk voor schade die voor hem niet voorzienbaar is. Het gaat erom of het naar ‘objectief inzicht voorzienbaar’ is.

 mr. Y. Slob


18 maart 2014

Woon- werkverkeer 
Bron: Gerechtshof Amsterdam 4 februari 2014: ECLI:NL:GHAMS:2014:302

In een recent arrest heeft het Hof Amsterdam een verzekeringsplicht aangenomen voor reizen naar het werk. Het geschil betrof een hoger beroep van een beschikking in een deelgeschilprocedure, waarbij de aansprakelijkheid van de werkgever voor een ernstig verkeersongeval van werkneemster (op weg van cliënt thuiszorg naar huis) werd afgewezen. Vanwege het nauwe verband tussen de reis naar huis en de werkzaamheden overwoog het hof dat de werkgever op grond van artikel 7:611 BW aansprakelijk is, omdat zij geen behoorlijke verzekering ten behoeve van haar werkneemster had afgesloten.

Mr. M.J. Snijder en R. Vane

MELD UW LETSELSCHADE
SOCIAL MEDIA
Facebook  twitter