NIEUWSarchief 2013

18 december 2013
Rechtsbijstandsverlener Achmea maakt beroepsfout bij afwikkeling whiplashzaak

(Bron: Hof Den Bosch: 19 november 2013:  ECLI:NL:GHSHE:2013:5453)

De rechtsbijstandsverzekeraar wikkelt de letselschade van een vrachtwagenchauffeur te vroeg af. Het hof oordeelde dat de rechtsbijstandverzekeraar een beroepsfout heeft gemaakt door benadeelde er niet op te wijzen dat het verstandiger was de zaak nog niet definitief te regelen. De rechtsbijstandverzekeraar had moeten weten dat geen sprake was van een medische eindtoestand en een reële kans bestond dat benadeelde niet op korte termijn zou herstellen en de schade alsdan (aanzienlijk) groter zou zijn dan de aangeboden € 15.000,00. Weliswaar heeft de rechtsbijstandverzekeraar erop gewezen dat wanneer benadeelde het voorstel zou accepteren, schade in het geval hij niet binnen twee tot drie maanden hersteld zou zijn voor eigen rekening zou blijven, maar hij heeft er niet erop gewezen dat hij ten aanzien van het herstel van zijn klachten mogelijk te optimistisch was. Naar het oordeel van het hof had het op de weg van Achmea als rechtsbijstandsverlener gelegen om haar - met dit soort kwesties onervaren – cliënt te wijzen op zijn mogelijk te optimistische inschatting van zijn medische toestand.

Mr. M.J. Snijder

 

19 november 2013

Hoogte loon werknemer gedurende loonsanctie UWV.
Bron: ECLI:NL:RBGEL:2013:4384

Onlangs heeft de rechtbank Gelderland de vraag beantwoord of er gedurende een loonsanctie van het UWV 70% van het overeengekomen loon, dan wel 70% van het maximale dagloon aan de zieke werknemer betaald dient te worden.

Indien een werknemer twee jaar ziek is, kan deze werknemer mogelijk in aanmerking komen voor een WIA-uitkering. Het UWV beoordeelt daarbij, of de werkgever voldoende inspanningen ten aanzien van de re-integratie van de zieke werknemer heeft verrichten. Komt het UWV tot de conclusie, dat dat niet het geval is, dan kan het UWV de werkgever een loonsanctie opleggen. Dit houdt in, dat gedurende de duur van de opgelegde loonsanctie de werkgever gehouden is loon door te betalen aan de zieke werknemer. De werkgever is daarbij gehouden om zijn tekortkoming ten aanzien van de re-integratieinspanningen te herstellen. Deze loonsanctie kan voor ten hoogste 52 weken worden opgelegd. Gedurende die periode heeft de zieke werknemer geen recht op een WIA-uitkering.

Nu er sprake is van een verlenging van een loontijdvak heeft de rechter overwogen, dat de omvang van de loondoorbetalingsverplichting gedurende die verlenging niet anders zou zijn dan de periode daarvoor. Als de werkgever gedurende het tweede ziektejaar 70% van het overeengekomen loon heeft uitgekeerd aan de zieke werknemer, dan is volgens de rechter de werkgever ook gehouden om gedurende de loonsanctie van het UWV 70% van het overeengekomen loon door te betalen. Het standpunt van de werkgever, dat hij slechts gehouden is 70% van het maximum dagloon door te betalen, houdt dan ook geen stand. Het feit, dat de werkgever niet verzekerd was voor de loondoorbetaling gedurende dit derde ziektejaar van de werknemer, maakt dit niet anders.

Mr. I.D. Degenaar-Kuijpers

 

12 november 2013

Vrije advocaatkeuze in procedure.

Op 7 november jl. heeft het Europese Hof van justitie een belangrijke beslissing genomen. Een benadeelde die voor rechtsbijstand is verzekerd, kan vanaf heden zijn advocaat (in verband met het voeren van een procedure) in volledige vrijheid kiezen. Dat wil zeggen dat de rechtsbijstandverzekeraar zich niet langer kan beroepen op de polisvoorwaarden waarin onder meer is bepaald dat die keuze is voorbehouden aan de rechtsbijstandverzekeraar. Deze beslissing geldt ook in de gevallen waarvoor bijstand door een advocaat niet verplicht is, zoals het arbeids- en ontslagrecht en civiele zaken met een belang tot € 25.000,00.

 Citaat uit de uitspraak:

artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 EEG moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een rechtsbijstandverzekeraar die in zijn verzekeringsovereenkomst regelt dat rechtsbijstand in beginsel wordt verleend door zijn werknemers, tevens bedingt dat de kosten van rechtsbijstand van een door de verzekerde vrij gekozen advocaat of rechtsbijstandverlener slechts vergoed kunnen worden indien de verzekeraar van mening is dat de behandeling van de zaak aan een externe rechtshulpverlener moet worden uitbesteed”.

“(..)  voor de beantwoording van de eerste vraag maakt het geen verschil of rechtsbijstand voor de desbetreffende gerechtelijke of administratieve procedure naar nationaal recht verplicht is.” 

De verzekerde benadeelde die in een procedure zijn recht zoekt, heeft aldus een volledig vrije advocaatkeuze gekregen. Hetgeen naar mijn mening ook terecht is. 

Mr. M.J. Snijder

14 oktober 2013

Een sport en spelsituatie kan ook aansprakelijkheid opleveren.

Een golfer is tijdens een golftoernooi  in zijn gezicht geraakt door een golfbal die door een andere golfer werd geslagen. Het slachtoffer heeft daarbij oogletsel opgelopen. De rechter heeft geoordeeld dat degene die de bal heeft geslagen de in de golfsport geldende veiligheidsnormen heeft geschonden. Het slachtoffer behoefde deze onzorgvuldige gedragingen en het onnodige gevaar dat daardoor is ontstaan niet te verwachten. Het handelen van de golfer heeft de verhoogde aansprakelijkheidsgrens die geldt voor sport- en spelsituaties overschreden en wordt onrechtmatig geacht jegens het slachtoffer. De golfer zal de schade van het slachtoffer dan ook moeten vergoeden. (Rechtbank Amsterdam 3 oktober 2013 ECLI:NL:RBAMS:2013:6608)”

Mr. M.J. Snijder

8 oktober 2013

Bij welke toeslag speelt het vermogen nu wel een rol en bij welke niet?

Per 1 januari 2013 geldt er voor de zorgtoeslag een vermogenstoets. Dit houdt in dat er vanaf een jaarlijks vast te stellen vermogen in Box 3 geen recht meer is op deze toeslagen onafhankelijk van de hoogte van het inkomen. De vermogensinkomensbijtelling is geregeld in de Bmo (Besluit maatschappelijke ondersteuning).  Door deze maatregel kunnen letselschadeslachtoffers die een schadevergoeding ontvangen hebben hun toeslagen kwijtraken. Door staatssecretaris Van Rijn van VWS is intussen (op 26 juni 2013) aangegeven dat de slachtoffers die voor 11 oktober 2010 een letselschadevergoeding ontvangen hebben uitgezonderd zijn voor de vermogenstoets.  Deze uitzonderingsregel geldt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2013. Dit betekent dat in alle overige gevallen de schade uitkering wel meetelt bij het vermogen in box 3.  De letselschadeadvocaat moet hier bedacht op zijn.

Mr. M.J. Snijder

3 oktober 2013

Uitreiking keurmerk

Eerste keurmerk advocatuur uitgereikt:

Op vrijdag 27 september jl. heeft de algemeen deken Walter Hendriksen tijdens het jaarcongres van de Nederlandse Orde van Advocaten het eerste keurmerk uitgereikt aan vier specialistenverenigingen.

Het keurmerk specialisatieverenigingen is een beeldmerk wat advocaten(-kantoren) mogen gebruiken als zij aangesloten zijn bij een specialisatieverenging die dit beeldmelk mogen uitreiken.

Door gebruik te maken van het keurmerk wordt het voor de cliënt duidelijk in welk rechtsgebied de advocaat gespecialiseerd is.  Het keurmerk moet de kwaliteit en specialisatie in de advocatuur bevorderen en de rechtzoekende helpen bij het vinden van een geschikte advocaat voor zijn zaak. De verenigingen van Letselschade Advocaten (LSA) en de Vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade (ASP) hebben beiden het keurmerk uitgereikt gekregen.

Mr. M.J. Snijder

24 september 2013 

Smartengeld

Smartengeld is een vergoeding voor gederfde levensvreugde, bij letselschade. Nederland loopt voor wat betreft de hoogte van het smartengeld al jaren achter op de rest van Europa. De vereniging ASP (advocaten voor slachtoffers van personenschade) proberen een lans te breken om niet achter te blijven bij de ons omringende landen. Alles en iedereen is eigenlijk in beweging, echter de hoogte van het smartengeld blijft onaangeroerd. Ook de rechterlijke macht durft het (nog) niet aan.

Het Hof Den Bosch heeft in een recente uitspraak (3 september 2013) uitgemaakt dat smartengeld voor lichamelijke en psychische gevolgen van het ongeval niet kan worden vastgesteld aan de hand van een normering op basis van een formule.

Het ging in deze zaak om het volgende:

De benadeelde had een overeenkomst gesloten met Solmar Tours voor een reis naar de Spaanse kust. Tijdens de busreis naar Spanje op 9 juli 2005 verloor de chauffeur in Zuid-Frankrijk de macht over het stuur, waardoor de bus van de weg is geraakt en is gekanteld. Bij dat ongeluk hebben twee passagiers het leven verloren en zijn 31 passagiers gewond geraakt, onder wie benadeelde. Als gevolg van het ongeval was bij benadeelde sprake van een ingezakte rugwervel, hielletsel en PTSS. Benadeelde vorderde onder meer een smartengeldvergoeding van € 35.000,00. Zij wees erop dat het in Nederland toegekende smartengeld bescheiden afsteekt tegenover de ons omringende landen. De hoogte van het smartengeld dient mee te groeien met de veranderende inzichten en omstandigheden, aldus benadeelde. Benadeelde heeft verwezen naar artikelen in Verkeersrecht 2012-3, waarin formules zijn geopperd op basis waarvan een smartengeld zou kunnen worden vastgesteld. Solmar Tours vond een bedrag van € 1.500,00 tot € 2.500,00 voldoende. Het hof was van oordeel dat de formules (zoals genoemd in Verkeersrecht 2012-3) onvoldoende uitgekristalliseerd zijn om toe te passen en wees slechts een bedrag ad € 17.500,00 toe. (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het ongeval). Het hof hield daarbij rekening met de functionele invaliditeit van 22%, de pijn die het gevolg is van de gebroken rugwervel, de beperkingen die de aandoening voor benadeelde ook voor haar hobby’s meebrengt en de psychische problemen die benadeelde heeft ondervonden, waarbij het hof ervan uitgaat dat die thans nog een beperkte rol spelen.

Voorlopig zullen wij het aldus nog moeten doen met de specifieke gevolgen van het ongeval en rekening houden met vergelijkbare gevallen, zoals onder meer opgenomen in de smartengeldgids van de ANWB. 

Mr. M.J. Snijder

MELD UW LETSELSCHADE
SOCIAL MEDIA
Facebook  twitter