Nieuws

Lees hier recente nieuwsberichten en uitspraken.

18 juli 2018

Maatregel om doorwerking van letselschadevergoedingen in de eigen bijdrage van WLZ en WMO 2015 te beperken

In 2016 hebben de LSA (Vereniging van Letselschade Advocaten), het Verbond van Verzekeraars en Slachtofferhulp Nederland een lans gebroken voor slachtoffers van een ongeval die een schadevergoeding ontvangen voor het blijvende verlies van arbeidsvermogen. 

Wat is het probleem? 
In de huidige situatie ondervinden letselschadeslachtoffers onevenredige hinder doordat de uitgekeerde schadevergoeding als vermogen meetelt in de vermogensinkomensbijtelling voor de eigen bijdrage bij langdurige zorg of maatschappelijke ondersteuning. Aldus Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Als een schade wordt geregeld dan zal er voor blijvend verlies van arbeidsvermogen een bedrag worden afgesproken dat dient als “potje” waaruit het slachtoffer zijn verlies aan arbeidsvermogen in de toekomst kan compenseren. Een voorziening voor de toekomst, dus. Eenmaal op de rekening van het slachtoffer wordt dit bedrag beschouwd als eigen vermogen van het slachtoffer. Dit heeft verschillende financiële consequenties die in het nadeel van het slachtoffer (kunnen) uitpakken. 

Met een substantiële schadevergoeding komt het eigen vermogen van het slachtoffer al snel boven het heffingsvrije vermogen uit, zodat het meerdere door de fiscus wordt belast als eigen vermogen (box 3). Met deze belastingschade wordt –als het goed is- bij de schaderegeling rekening gehouden, zodat deze financiële schade kan worden vergoed.

Een ander probleem zit verborgen in de manier waarop de eigen bijdrage wordt berekend als het slachtoffer gebruik moet maken van zorgvoorzieningen vanuit de Wlz (Wet langdurige zorg) en/of de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). Die eigen bijdrage wordt berekend op grond van de vermogensinkomensbijtelling (VIB); naast het inkomen speelt ook de hoogte van het eigen vermogen hierbij een rol van belang. 

Omdat de letselschadevergoeding gezien wordt als eigen vermogen, werkt deze vergoeding dus óók door in deze vermogensinkomensbijtelling. De eigen bijdrage voor de Wlz en/of de Wmo kan op die manier hoog uitpakken. Als een slachtoffer een forse eigen bijdrage moeten betalen voor de noodzakelijke hulp, dan zal hij interen op de schade-uitkering die feitelijk bedoeld is als “potje” om het verlies aan arbeidsvermogen in de toekomst mee te kunnen dekken. De bodem van dat potje komt daarmee mogelijk te vroeg in zicht. 

Om dit te voorkomen, wordt soms besloten om een schade maar niet definitief te regelen, zeker als het een jong slachtoffer betreft en de schade over vele jaren ingeschat moet worden. Soms is de aansprakelijke verzekeraar bereid om deze toekomstschade te vergoeden, waardoor de schadelast fors oploopt. 

De oplossing
Alle in de schaderegeling betrokken partijen ervaren dit als onrechtvaardig en onwenselijk. Om tegemoet te komen aan deze knelpunten, wil de Minister van VWS letselschadevergoedingen bij een ongeval dat verlies aan arbeidsvermogen tot gevolg heeft, uitzonderen van de vermogensinkomensbijtelling (VIB). Dit moet ook gaan gelden voor materiele schadevergoedingen vastgesteld nà 10 oktober 2010. De minister streeft er naar dit in 2019 door te kunnen voeren.

Wij juichen dit voornemen van harte toe, omdat het recht doet aan de positie van het slachtoffer. 

Let op!
Het is goed om u te realiseren dat een substantiële schadevergoeding op diverse terrein invloed heeft. Uit bovenstaande blijkt dus dat een vergoeding meetelt als eigen vermogen voor de fiscus en dat dit (nu nog) kan doorwerken in de berekening van het eigen vermogen bij de WLZ en WMO. Maar een schade-uitkering heeft óók invloed op een bijstandsuitkering en kan daarnaast gevolgen hebben voor uw recht op diverse toeslagen. Door een schadevergoeding kan dus nieuwe schade ontstaan. Het is verstandig om dit duidelijk in beeld te hebben vóórdat u tot een definitieve regeling met de aansprakelijke partij overgaat.  

Als u vragen heeft, neemt u dan contact op met ons kantoor.

E-mailadres: info@munnekelourens.nl 
Telefoonnummer: 0172-44 70 70.

12 juli 2018

Je maakt wat mee als ‘tuktuk’ van Munneke Lourens Advocaten. Onze auto kwam in het nieuws nadat de brandweer een klein rood katje, zonder schade, onder de motorkap vandaan haalde. Gelukkig geen letselschade. Hulde aan politie en brandweer!

Bekijk hier foto´s van de reddingsactie.

11 juli 2018

In de rubriek ‘Je mag gezien worden in Alphen‘ van het magazine Alphen magjezien wordt elke keer een bekende Alphenaar in het zonnetje gezet. In deze uitgave stond Iris Hilhorst van ons kantoor in de schijnwerpers.

Bekijk het artikel hier.

18 juni 2018
 
Vandaag in de Tweede Kamer de lancering van het boek NAHgenoeg niets te zien geschreven door F.W. Hogervorst. Een must voor NAH patiënten en een aanrader voor alle professionals die betrokken zijn bij deze groep slachtoffers.

Monique Snijder van ons kantoor heeft een kleine bijdrage mogen leveren aan de totstandkoming van dit boek.

Voor meer informatie: 
www.nahgenoeg.nl

30 mei 2018

Slachtoffers in het verkeer; enkele cijfers

Een ongeval zit in een klein hoekje. Goede rechtsbijstand is dan van belang en kan een stukje zorg wegnemen. Dat is waar wij het voor doen. Ons kantoor houdt zich dag in, dag uit bezig met het bijstaan van slachtoffers die door toedoen van een ander letsel hebben opgelopen.

Onze cliënten leren wij doorgaans pas kennen als het fout is gegaan. Soms is er letsel ontstaan door een beet van een hond, een trap van een paard, door een ongeval op school of tijdens het werk, of door een fout van een arts, maar vaak is het letsel veroorzaakt door een ongeval in het verkeer.

Dagelijks worden wij via onze cliënten geconfronteerd met de gevolgen van verkeersongevallen. Dit levert bij ons weleens de vraag op of het ook nog wel eens goed gaat op de weg. Gelukkig is dat zeker het geval. Maar laten we eens kijken naar de cijfers over hoe vaak het helaas niet goed gaat.

Cijfers over verkeersongevallen en de slachtoffers daarvan, worden door diverse instituten bijgehouden. Te denken valt aan onder meer de verzekeraars, de SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) en het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). Opgemerkt moet worden dat de ongevallenregistratie haar beperkingen kent; lang niet alle ongevallen (kunnen) worden geregistreerd. 

Maar hieronder toch enkele cijfers op basis van de beschikbare statistiek: 

- Het aantal aanrijdingen in 2016 is volgens de verzekeraars met 10% gestegen van 565.000 naar 625.000.

- Het CBS meldt dat het aantal geschatte ernstig gewonden in de periode 2000-2015 met 30(!) % toenam, tot 21.300 in 2015. Het SWOV spreekt van 21.400 ernstig gewonden in 2016.

- Het CBS meldt dat het aantal verkeersongevallen met dodelijke afloop in 2016 óók gestegen is, namelijk tot 629. Dit, terwijl in de jaren daarvoor het aantal dodelijke verkeersslachtoffers juist fors gedaald was. Gelukkig is het aantal verkeersdoden niet weer zo hoog als in begin jaren 2000, maar toch, een stijging is niet wat we willen.

- Veruit de meeste verkeersdoden zijn fietsers en mensen in een auto (bestuurder/passagier). 

Het zijn pittige cijfers. Ik zoom verder in op de verkeersslachtoffers op de fiets. Volgens het SWOV overleden er in 2016 maar liefst 189 fietsers in het Nederlandse verkeer. Dat is dus zo’n 30% van alle verkeersdoden in 2016. Het aantal ernstig gewonde fietsers is niet bekend, maar geschat wordt dat dit er in 2015 ruim 13.000 waren! Over het aantal licht gewonde fietsers zijn mij geen cijfers bekend. Opvallend is trouwens dat fietsongevallen niet zelden eenzijdig ongevallen betreffen.

De overheid heeft zich tot doel gesteld om in de periode 2009-2020 het aantal verkeersslachtoffers aanzienlijk terug te dringen: in 2020 mogen er niet meer dan 580 doden en 12.250 gewonden vallen in het verkeer, volgens de Nota Mobiliteit en de Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008 – 2020. Er wordt in deze nota prioriteit toegekend aan de veilige mobiliteit van voetgangers en fietsers. Ik constateer helaas dat er nog veel werk aan die winkel is. En met de opkomst van het gebruik van telefoon, whatsapp, earplugs etc. op de fiets, lijkt mij dat er nieuw gevaren voor fietsers zijn bij gekomen.

Fietsers zijn kwetsbaar in het verkeer. Zoveel is duidelijk. Dat is ook de reden waarom een fietser in juridische zin een extra bescherming geniet als er een aanrijding met een gemotoriseerde verkeersdeelnemer plaats vindt.

Bent u als fietser betrokken bij een aanrijding met een gemotoriseerde verkeersdeelnemer, neemt u dan gerust contact met ons op voor overleg (telefoon: 0172-447070 of via deze link). Vaak zijn de mogelijkheden om uw schade te verhalen, groter dan u wellicht zelf inschat. Wij adviseren u hier graag nader over.

mw. mr. N.E. van Venrooij

11 april 2018

Nabestaanden en naasten van slachtoffers krijgen eindelijk recht op erkenning van hun leed!

Bijna een jaar nadat het wetsvoorstel affectieschade door de Tweede Kamer is aangenomen, heeft op 10 april jl. ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel omarmd. Hierdoor kan een vergoeding voor immateriële schade worden verkregen voor nabestaanden van overleden slachtoffers en naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel, als gevolg van bijvoorbeeld een verkeersongeluk, medische fout, bedrijfsongeval of geweldsmisdrijf. Die vergoeding kan worden verhaald op de aansprakelijke partij.  

Op ons kantoor zien wij dagelijks hoe groot de emotionele gevolgen van zo’n heftige gebeurtenis kunnen zijn. Niet alleen voor het slachtoffer zelf maar ook voor de naasten is de impact enorm. Wij zijn dan ook verheugd dat nabestaanden en naasten in aanmerking kunnen komen voor smartengeld. 

Vergoeding van affectieschade kan het leed van naasten van slachtoffers niet wegnemen, maar wel erkenning en genoegdoening bieden en helpen bij de verwerking, aldus minister Dekker. Het gaat om de erkenning van het verdriet van personen van wie het leven volledig op de kop staat door een fout van iemand anders.

De wet kent het recht op vergoeding van affectieschade toe aan een beperkte kring van nabestaanden en naasten. In beginsel komen de partner van het slachtoffer, de kinderen en ouders in aanmerking voor een vergoeding van affectieschade. Aan stiefouders en stiefkinderen kan eenzelfde vergoeding worden toegekend als aan biologische verwanten, mits sprake is van een duurzame relatie in gezinsverband. Opvallend is dat broers en zussen in deze wet met zoveel woorden niet worden genoemd. Wij zien in het wetsvoorstel echter ook voor deze groep wel ruimte. 

De wetgever wil procedures over de hoogte van de vergoeding voorkomen en heeft daarom voorzien in een regeling met vaste bedragen tussen de 12.500 en 20.000 euro, te betalen door de partij die aansprakelijk is voor de gebeurtenis. Door te variëren in categorieën en in de omvang van de vergoeding heeft de wetgever geprobeerd rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van nabestaanden en naasten.

De wet zal in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

We volgen de ontwikkelingen op de voet.

Heeft u vragen? Neem dan contact met ons op.

mw. M. Zintel

15 maart 2018
Hogere strafmaat voor (zeer) gevaarlijk rijgedrag

Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) heeft een wetsvoorstel gemaakt met daarin een aantal maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren.

 ‘De grote gevolgen die verkeersongevallen kunnen hebben voor slachtoffers en nabestaanden vragen hier om. Maar ook wanneer ernstige overtredingen met grote risico’s voor de verkeersveiligheid zonder gevolgen blijven, moeten we daartegen krachtig kunnen optreden’, aldus Grapperhaus.

Dit voorstel is voor advies naar een aantal instanties gestuurd, waaronder het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Rechtspraak en het Fonds Slachtofferhulp.   

Het wetsvoorstel bevat de volgende elementen:

-  De maximale straf voor gevaarlijk rijden wordt verhoogd van 2 naar 6 maanden gevangenisstraf, ook in zaken zonder letsel of schade. Dat is nodig om automobilisten die een gevaar op de weg veroorzaken – bijvoorbeeld door onverantwoorde inhaalacties – steviger aan te pakken. Rijgedrag dus dat ernstig genoeg is om de strafmaat te verhogen.

- Een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar is mogelijk als sprake is van zeer gevaarlijk rijgedrag; bijvoorbeeld in het geval automobilisten onaanvaardbare risico’s nemen zonder acht te slaan op de veiligheid van anderen. Zoals opzettelijk door rood licht rijden, de maximumsnelheid volstrekt negeren of tegen de richting in rijden. Onder deze nieuwe strafbepaling valt ook het vasthouden van een mobiele telefoon achter het stuur. Hiermee laat de minister zien dat hij automobilisten zeer gevaarlijk en onverantwoord rijgedrag zwaar aanrekent , óók als zij geen ongeluk veroorzaken met dit rijgedrag. 

- Bij zeer gevaarlijk rijgedrag waarbij wél een ongeval wordt veroorzaakt , is een veroordeling wegens roekeloos rijden mogelijk, met een gevangenisstraf tot maximaal 6 jaar.

In de wet heeft Grapperhaus duidelijker laten vastleggen wanneer er nou sprake is van roekeloos rijden. Daarmee verruimt hij de mogelijkheden om automobilisten te vervolgen die onaanvaardbare risico’s nemen en de zwaarste ongelukken veroorzaken. En dan gaat het niet alleen om snelheidswedstijden, maar bijvoorbeeld ook om een bestuurder die al bellend rood licht negeert, en veel te hard over een kruising rijdt en daardoor een ongeval met dodelijke afloop of zwaar letsel veroorzaakt.

Verder staat in het wetsvoorstel dat de strafmaxima voor verkeersdelicten als rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval en rijden zonder (geldig) rijbewijs omhoog gaan van 3 maanden gevangenisstraf naar 1 jaar. Dit werkt door in de straffen voor recidive. Als iemand zich binnen 5 jaar bijvoorbeeld weer schuldig maakt aan rijden onder invloed kan de straf met een derde worden verhoogd.

Als frequent deelnemer aan het verkeer kan ik uit eigen ervaring bevestigen dat van hoffelijkheid in het verkeer al jaren geen sprake meer is. De verkeershufter is hier helaas voor in de plaats gekomen.  Laten wij, met de minister, hopen dat door de invoering van deze wet een preventieve werking uit zal gaan en dat men in het verkeer weer oog gaat krijgen voor de medeweggebruikers. Dat zal ongetwijfeld ook het aantal letselschadeslachtoffers in het verkeer doen afnemen. Voorkomen is immers beter dan genezen. 

Bron: www.rijksoverheid.nl

mw. mr. M.J. Snijder

26 oktober 2017
Opnemen van een gesprek met de arts

Niet zelden krijgen wij de vraag van een cliënt of hij/zij een gesprek met zijn/haar arts mag opnemen. Bijvoorbeeld omdat er behoefte bestaat het gesprek later nog eens rustig te kunnen beluisteren. Vaak ook om later geen discussie te krijgen over wat er nou precies gezegd is. Het opnemen van een gesprek met de arts is toegestaan, zolang de opname voor eigen gebruik bedoeld is. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval raden wij onze cliënten aan om vooraf aan de arts mede te delen dat het gesprek wordt opgenomen.

Ook al is er dus niets illegaals aan het opnemen van een gesprek met de arts, toch voelt het voor cliënten vaak ongemakkelijk om –aangekondigd of niet- dergelijke opnames te maken. Omgekeerd geldt kennelijk dat dit ook voor artsen een ongemakkelijk onderwerp is. Daarom heeft de KNMG (Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, de artsenfederatie die de gemeenschappelijke belangen van ruim 59.000 artsen en studenten geneeskunde behartigt), hier deze maand een handreiking voor haar leden over uitgegeven. In deze handreiking “opnemen van gesprekken door patiënten”  wordt aangegeven hoe een arts met deze materie kan omgaan en wordt er voor gepleit om het opnemen van gesprekken bespreekbaar te maken. Een goede zaak. Voor de handreiking zie: https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/dossiers/opnemen-van-het-gesprek.htm

mw. mr. N.E. van Venrooij

12 oktober 2017

BLOG: Hoverboards

Hoverboards

Kent u ze? Hoverboards zijn in. Bij jong en oud. Een hoverboard is een soort gemotoriseerd skateboard. En ze kunnen behoorlijk hard. 

Weet ù eigenlijk wáár je met je hoverboard moet rijden, als je de weg op wilt: op de weg, het fietspad, het bromfiets/fietspad of de stoep? 

Nergens. Je mag namelijk met je hoverboard helemaal niet op de openbare weg rijden. Volgens de Rijksdienst voor het Wegverkeer is een hoverboard een gemotoriseerde tweewieler zonder zitplaats of stuur. Het valt wel onder de categorie motorvoertuigen, maar is niet goedgekeurd om ermee op de openbare weg te rijden. Je mag er dus alleen op eigen terrein mee rijden.

Veel mensen weten dat niet en rijden wel met hun hoverboard op de openbare weg. Dat ervaarde ook onze cliënte, die op de stoep werd aangereden door een al te enthousiaste hoverboarder. Cliënte liep door deze aanrijding fors letsel en schade op. De hoverboarder vond het uitermate vervelend en was blij dat hij goed verzekerd was tegen wettelijke aansprakelijkheid. Dácht hij. Zijn AVP-verzekeraar liet echter weten dat een gewone aansprakelijkheidsverzekering deze schade meestal niet dekt, omdat de schade veroorzaakt is door een motorvoertuig. Maar omdat het geen goedgekeurd motorvoertuig is, kan er ook geen WAM-verzekering voor een hoverboard afgesloten worden. En vooralsnog zijn er geen speciale verzekeringen voor hoverboards. Het leek er dus op dat de schade van onze cliënte betaald moest worden door de hoverboarder zelf. En dat was geen goed nieuws, want de letselschade van cliënte was groot en de financiële middelen van de hoverboarder waren daarvoor niet toereikend. Gelukkig bood de AVP-verzekeraar van de hoverboarder alsnog dekking voor de letselschade aan onze cliënte. De schade is verhaald en met cliënte gaat het gelukkig weer goed. En de hoverboarder? Die heeft een andere hobby gezocht. 

mw. mr. N.E. van Venrooij

 

11 mei 2017
Wetsvoorstel affectieschade

Op 9 mei jl. heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel affectieschade aangenomen. Met dit wetsvoorstel wordt het (eindelijk!) mogelijk een vergoeding voor immateriële schade te verhalen voor nabestaanden van overleden slachtoffers en naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel, als gevolg van bijvoorbeeld een verkeersongeluk, medische fout, bedrijfsongeval of geweldsmisdrijf. Die vergoeding kan worden verhaald op de aansprakelijke partij.  Er is een grote behoefte bij nabestaanden en naasten van slachtoffers, aan aandacht voor de emotionele gevolgen die zo’n gebeurtenis ook voor hén heeft. Door vergoeding van affectieschade wordt het verdriet van de naasten niet weggenomen, maar het biedt wél een zekere erkenning en genoegdoening van dat leed. En dat kan bijdragen aan psychisch herstel. 

Het wetsvoorstel kent het recht op vergoeding van affectieschade toe aan een beperkte kring van nabestaanden en naasten. In beginsel komen de partner, (stief)ouders, (stief)kinderen, broers en zussen van het slachtoffer voor affectieschade in aanmerking. Anderen kunnen in aanmerking komen, als zij een zorgrelatie in gezinsverband met het slachtoffer hebben; denk hierbij bijvoorbeeld aan pleegkinderen. In uitzonderlijke gevallen kunnen ook andere personen die in een nauwe persoonlijke relatie tot het slachtoffer staan, voor vergoeding van affectieschade in aanmerking komen. 

Het is de bedoeling dat er vaste vergoedingsbedragen komen, variërend tussen de € 12.500,00 en € 20.000,00 per naaste. De exacte omvang hangt af van de relatie tussen het slachtoffer en de naaste/nabestaande, of het slachtoffer gewond of overleden is en of het letsel/overlijden het gevolg is van een misdrijf.

Er wordt al lange tijd gesproken over dit wetsvoorstel. Een eerder ingediend wetsvoorstel affectieschade werd in 2011 door de Eerste Kamer verworpen. Het wetsvoorstel is aangepast en opnieuw aangeboden. De Tweede Kamer heeft dit aangepaste wetsvoorstel affectieschade nu dus aangenomen; wel moet het nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer. 

Wij wachten in spanning af!

mw. mr. N.E. van Venrooij

16 maart 2017
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)

In de huidige tijdsgeest word je als ondernemer wel eens de vraag voorgelegd wat je doet aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Munneke Lourens is van mening dat dit niet alleen iets is voor de grotere bedrijven. Munneke Lourens neemt hierin dan ook een actieve rol. Dat doen wij onder andere door:

Enerzijds ethiek in de afhandeling van een letselschade hoog in het vaandel te houden. Iemand die door een ongeval gewond is geraakt, heeft immers met een inbreuk op een van zijn fundamentele mensenrechten te maken. Munneke Lourens heeft als beleid dat je op een goede en een sociale manier er voor moet zorgen dat die rechten, zoveel mogelijk, worden hersteld. 

Anderzijds door het steunen van Fonds Slachtofferhulp. Munneke Lourens Advocaten vindt het werk van Fonds Slachtofferhulp bijzonder en positief omdat zij aandacht heeft voor maatschappelijke thema’s zoals veiligheid en de gevolgen van ernstige ongevallen of misdrijven voor slachtoffers. Fonds Slachtofferhulp beseft dat hulpverlening aan slachtoffers nog niet voor iedereen voldoende is. Soms is er meer nodig en daar zet Fonds Slachtofferhulp zich, dankzij haar donateurs en sponsoren, voor in. Van overheidswege is dit onvoldoende geregeld en daarom draagt Munneke Lourens daar, als belangenbehartiger van slachtoffers, graag een steentje aan bij. 

Voor meer informatie over Fonds Slachtofferhulp: www.fondsslachtofferhulp.nl.   

4 april 2016
App vervangt Europees schadeformulier

Bron: https://www.mobielschademelden.nl/

Op initiatief van het Verbond van Verzekeraars is, in samenwerking met Politie en verkeerskundig ict-bureau VIA, dinsdag 29 maart de MobielSchadeMelden-app gelanceerd. Op termijn moet de app het Europees schadeformulier vervangen. Het maken van situatietekeningen is met de app niet meer noodzakelijk, nu door middel van de smartphonecamera foto’s van de situatie kunnen worden gemaakt en toegevoegd aan de melding. Naast verkeersongevallen waarbij motorrijtuigen zijn betrokken is de app tevens beschikbaar voor fietsers en voetgangers. Het Verbond probeert door middel van de app het melden van schadegevallen te stimuleren.

Munneke Lourens advocaten

MELD UW LETSELSCHADE
SOCIAL MEDIA
Facebook  twitter