Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel zwaarder straffen roekeloos rijgedrag
Monique Snijder
do 11 juli 2019

Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel zwaarder straffen roekeloos rijgedrag

In maart 2018 gaf ik reeds aandacht aan dit wetsvoorstel van Minister Grapperhaus ter verbetering van de verkeersveiligheid. In deze wet wordt onder meer duidelijk vastgelegd wanneer er nou sprake is van roekeloos rijden. 

De maatschappelijke betekenis van het begrip roekeloosheid en de juridische interpretatie van dit begrip liggen namelijk nu nog mijlenver uit elkaar. Hier komt met deze nieuwe wet hopelijk snel verandering in.

Roekeloos rijgedrag wordt door de rechter onder de huidige wetgeving vrijwel nooit bewezen verklaard. Volgens de Van Dalen is de betekenis van roe-ke-loos; in hoge mate onvoorzichtig. Maatschappelijk gezien wordt het verkeersgedrag als mensen de weg afsnijden, door rood rijden, of met hoge snelheid bumperkleven als roekeloos gezien. Echter, voordat er volgens de huidige wet sprake is van roekeloos rijden, moet er (veel) meer gebeuren.

Voordat een rechter kan spreken over roekeloos rijden, moeten er drie dingen aan de orde zijn: iemand heeft zich buitengewoon onvoorzichtig gedragen, hij heeft hierdoor zeer ernstig gevaar veroorzaakt en was zich daarvan bewust – of had zich daarvan bewust moeten zijn. Veel te hard of onder invloed rijden valt daar ook onder, zou je misschien denken. Maar dat is niet per se het geval. Die misstappen worden – samen met onder andere bumperkleven, geen voorrang verlenen of gevaarlijk inhalen – in de wet genoemd als strafverzwarende omstandigheden. De wet noemt deze omstandigheden náást roekeloosheid, en zegt: als het ongeluk mede hierdoor is veroorzaakt, kan de straf met de helft worden verhoogd. En dat maakt het juridisch nog ingewikkelder, want door deze constructie moet er nóg meer aan de hand zijn voordat een rechter kan spreken van de zwaarste vorm van schuld: roekeloosheid. Dat maakt rechterlijke uitspraken over dodelijke verkeersongelukken vaak zo moeilijk te begrijpen. Gedrag dat in ieders beleving als roekeloos wordt ervaren, is juridisch gezien slechts een ‘grove verkeersfout’. En omdat de wettelijke lat voor roekeloosheid zo enorm hoog ligt, kan een rechter zelden de maximale straf opleggen (zie: www.rechtspraak.nl/verkeersmisdrijven).

Dat is voor verkeersslachtoffers en nabestaande niet te begrijpen en eigenlijk ook niet uit te leggen. De afgelopen jaren heeft dit ook geleid tot veel onbegrip in de samenleving. Het is dan ook een goede ontwikkeling dat de minister dit heeft opgepakt.

In de nieuwe wet heeft Grapperhaus duidelijker laten vastleggen wanneer er nou sprake is van roekeloos rijden. Daarmee verruimt hij de mogelijkheden om automobilisten te vervolgen die onaanvaardbare risico’s nemen en de zwaarste ongelukken veroorzaken. En dan gaat het niet alleen om snelheidswedstijden, maar bijvoorbeeld ook om een bestuurder die al bellend rood licht negeert, en veel te hard over een kruising rijdt en daardoor een ongeval met dodelijke afloop of zwaar letsel veroorzaakt.

Op 18 juni 2019 heeft de Tweede Kamer unaniem ingestemd met dit wetsvoorstel waarmee eerder sprake is van roekeloos rijgedrag en waarmee dit gedrag zwaarder kan worden bestraft. Een positieve ontwikkeling omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan het enorme leed van verkeersslachtoffer en nabestaanden. Zodra ook de Eerste Kamer goedkeuring geeft, kan deze wet hopelijk per 1 januari 2020 in werking treden.

Verkeersveiligheid, roekeloos, roekeloos rijgedrag, verkeersmisdrijven, wetsvoorstel, Tweede Kamer, verkeersslachtoffers, verkeersongevallen